Veel vakanties vallen deze zomer in het water en verre reizen zitten er nu natuurlijk helemaal niet in. Heel jammer, maar genoeg reden om er thuis een fijn vakantie-feestje van te maken! Daarom delen wij in de zomervakantie lekkere recepten die je direct aan vakantie doen denken! Vandaag een malse en knapperige (kip)schnitzel!
Welk vlees gebruik je voor schnitzels?
We zijn verschillende soorten vlees die je kunt gebruiken voor een schnitzel. Wij kiezen voor kipfilet. Maar je kunt ook een lekkere varkensschnitzel bakken!
Belangrijk is dat je het vlees goed plat slaat. Zo kun je de schnitzel redelijk snel gaar bakken en blijft hij lekker mals. Een dikke schnitzel is vaak óf donker gebakken van buiten en moeilijk gaar te krijgen of hij wordt erg droog door het lange bakken. En dat is natuurlijk zonde!
Schnitzels paneren
Paneren is eigenlijk een chique woord voor het maken van het korstje van de schnitzel. Het handigste is om meerdere borden te gebruiken en het paneren slim aan te pakken.
- Maak een bord met ei en kluts dit goed. Je kunt hier al een beetje peper en zout door doen.
- Zet een tweede bord klaar waar de bloem in kan. Breng ook de bloem goed op smaak met peper en zout. Het korstje gaat de smaak aan de schnitzel geven!
- In een derde bord doe je paneermeel of broodkruimels.
- Zorg dat de borden groot genoeg zijn zodat je een mooi laagje hebt waar de schnitzel goed op past.
- Als eerste leg je de schnitzel in de bloem, zorg dat er over de hele schnitzel bloem zit. Doe dit met één hand en hou de andere hand schoon voor het eibadje.
- Leg de schnitzel na de bloem in het ei en draai de schnitzel om zodat er ook overal een laagje ei zit.
- Als laatste haal je de schnitzel door het broodkruim. Leg hem er in met de ‘ei-hand’. En draai hem om met de droge hand. Zo blijft alles het schoonste en kun je paneren zonder een grote kliederboel.
Bewaar dit recept op Pinterest
Wil je de recepten van The Cooking Stories makkelijk kunnen terugvinden? Sla dan deze afbeelding op, op één van je Pinterest borden!
Recept: zelf kipschnitzels maken
Equipment
- 2 velletjes bakpapier
- Koekenpan
Ingrediënten
- 1 grote kipfilet
- 1 geklutst ei
- 1 flinke hand bloem
- 1 flinke hand panko of paneermeel
- boter en olie om in te bakken
- peper en zout
- 1 citroen in plakjes (optioneel)
Instructies
- Snij de kipfilet over de lengte doormidden, zodat je eigenlijk 2 dunnere kipfilets krijgt.
- Leg de gehalveerde kipfilets op het bakpapier en plaats er nog een vel bakpapier bovenop.
- Sla met de koekenpan de kipfilets die tussen het papier liggen plat. Zorg dat ze echt dunner worden, ongeveer een halve centimeter.
- Maak een bord met ei en kluts dit goed. Je kunt hier al een beetje peper en zout door doen.
- Zet een tweede bord klaar met bloem. Breng ook de bloem goed op smaak met peper en zout. Het korstje gaat de smaak aan de schnitzel geven!
- Doe het paneermeel of de panko in een derde bord. Zorg dat de borden groot genoeg zijn, zodat je een mooi laagje hebt waar de schnitzel goed op past.
- Leg de schnitzel in de bloem. Zorg dat de hele schnitzel een laagje bloem heeft. Doe dit met één hand en hou de andere hand schoon voor het eibadje.
- Leg de schnitzel na de bloem in het ei en draai de schnitzel om, zodat er ook overal een laagje ei zit.
- Als laatste haal je de schnitzel door het broodkruim. Leg hem er in met de ‘ei-hand’. En draai hem om met de droge hand. Nu zijn de schnitzels gepaneerd.
- Verhit de koekenpan op middelhoog vuur en smelt wat boter en voeg daar ook olie aan toe. De boter zorgt voor smaak en een mooi kleurtje, de olie zorgt dat je op een hogere temperatuur kunt bakken.
- Als de boter begint te borrelen bak je de schnitzels aan allebei de kanten goudbruin. Als de schnitzels mooi dun zijn heb je waarschijnlijk genoeg aan 3-5 minuten per kant. Maar controleer altijd even of de kip niet meer roze is van binnen. Serveer met citroen!
Heb je dit recept gemaakt? We zijn benieuwd naar het resultaat!
Deel een foto van het gerecht op Instagram en tag of benoem @the.cooking.stories in je bericht. We vinden het leuk om alle gerechten te zien!



